De teek

55_cyclus_teek1

Teken zijn spinachtige parasieten die een gastheer nodig hebben om te overleven. De levenscyclus van een teek duurt 2 tot 3 jaar. In deze periode ontwikkelen ze zich van kleine larven tot nimfen en uiteindelijk tot volwassen teken. Een met bloed volgezogen teek van wel 1 cm groot worden. Doorgaans zijn larven, nimfen en volwassen teken actief van maart tot eind oktober.

Ziektes overgedragen door teken.

57_teekTijdens het zuigen van bloed kan een teek ziekteverwekkers opnemen en afgeven. Op deze manier kunnen teken een aantal ziekten verspreiden. Het beste is natuurlijk om te voorkomen dat een teek zich kan vastbijten, maar als de teek zich al heeft vastgebeten is het belangrijk om hem zo snel mogelijk te verwijderen. Als de teek binnen 24 uur wordt verwijderd is de kans op besmetting erg klein maar er zijn gevallen bekend waarin ziekteverwekkers al binnen 18 uur werden overgedragen.

Omdat teken meerdere ziektes tegelijk bij zich kunnen dragen bestaat de kans dat een dier met meerdere ziekten tegelijk geïnfecteerd wordt door een tekenbeet. Het ziektebeeld is dan minder duidelijk maar de ziekten kunnen wel heftiger verlopen.

De ziekte van Lyme

Één van de bekendere ziektes die overgedragen wordt door de teek is de ziekte van Lyme. Deze ziekte komt voor in Nederland en wordt veroorzaakt door de bacterie Borrelia. Naast mensen kunnen ook huisdieren besmet worden met Lyme via een tekenbeet.

De verschijnselen bij de hond zijn: koorts, kreupelheid, hart- en/of nierproblemen, heel soms hersenvliesontsteking. Vaak wordt de hond echter niet ziek en zijn er geen of nauwelijks symptomen.

Bij katten is de ziekte van Lyme zeldzaam. Er zijn geen gevallen bekend van in de natuur opgelopen infecties.

Babesiose

Babesiose bij de hond wordt meestal veroorzaakt door de parasiet Babesia canis welke vooral door de Dermacentor teek wordt overgebracht. Deze teek komt in principe niet in Nederland voor (wel in Zuid Europa) maar in 2004 is een aantal honden in Nederland met Babesia canis geïnfecteerd zonder dat zij ooit in het buitenland waren geweest.

De parasiet leeft in de rode bloedcellen van de hond en breekt deze af. De verschijnselen zijn sloomheid, minder eten en koorts. In een later stadium kan bloedarmoede ontstaan, geelzucht en de urine van de hond kan roodbruin verkleuren. De symptomen verschijnen is meestal zo’n 10 tot 20 dagen na de besmetting.

Bij tijdige behandeling door uw dierenarts kan de hond herstellen. Er kunnen wel chronische klachten blijven zoals ademhalingsproblemen en hoesten, snelle hartslag, bloedarmoede en opgezette lymfeklieren. Zonder behandeling overlijdt de hond vaak aan de gevolgen van babesiose.

Er bestaat een vaccin tegen babesiose waarmee de hond ingeënt kan worden, maar dat geeft geen absolute bescherming. Wel verloopt de ziekte na een vaccinatie vaak minder heftig. De vaccinatie heeft, zoals bij elk vaccin, ook nadelen en omdat de kans op het oplopen van babesiose in Nederland erg klein is wordt deze vaccinatie niet standaard gegeven.

Andere Babesia parasieten kunnen babesiose bij de kat veroorzaken maar deze komen niet in Europa voor.

Ehrlichiose

Ehrlichiose bij de hond wordt veroorzaakt door diverse Ehrlichia bacteriën, bij de hond vooral doorEhrlichia canis. Deze bacterie wordt vooral overgedragen door de bruine hondenteek Rhipicephalus sanguineus, die in Nederland in principe niet voorkomt. In de Verenigde Staten, Zuid-Europa en in allerlei subtropische en tropische landen komt hij echter wel voor. Door importhonden en honden die met vakantie zijn geweest naar deze landen wordt deze teek sporadisch Nederland binnengebracht.

Een infectie met Ehrlichia canis bij de hond kan acute, subklinishce of chronische ziekte veroorzaken. De acute fase begint 1 tot 3 weken na de infectie en duurt 2-4 weken en de meeste gezonde honden overleven deze fase. De subklinische fase duurt maanden tot jaren. Sommige honden kunnen de bacterie elimineren maar als dit niet lukt onstaat de chronische fase.

De verschijnselen van ehrlichiose variëren naar gelang de fase van de ziekte waarin ze zich bevinden: koorts, (punt)bloedingen, vocht uit neus en ogen, vochtophopingen, hoest en benauwdheid, gewichtsverlies, veel drinken en plassen, afwijkingen aan de ogen en aandoeningen van het zenuwstelsel.

Katten kunnen ook ehrlichiose krijgen, maar dit is zeldzaam. Verschijnselen zijn koorts, niet willen eten en sloomheid, moeilijk ademen en gezwollen lymfeklieren. Bij katten wordt de ziekte waarschijnlijk vooral overgebracht via de teek Dermacentor variabilis, die in Noord-Amerika en Mexico voorkomt.

Anaplasmose

Anaplasmose wordt met name overgebracht door Ixodes ricinus (schapenteek). Het wordt veroorzaakt door de bacterie Anaplasma phagocytophilum.

De verschijnselen vna anaplasmose kunnen lijken op die van Lyme, namelijk pijnlijke gewrichten, kreupelheid, sloomheid, koorts,gezwollen lymfeknopen en ontstekingen in het oog.

Anaplasmose komt bij katten minder voor. Het geeft ongeveer dezelfde verschijnselen: koorts, gewichtsverlies, kreupelheid en gewrichtspijn, vergrote lymfeklieren en soms ontstekingen aan tandvlees en ogen of zenuwverschijnselen.